Selecteer een pagina

We moeten onszelf niet buitenspel zetten

door | mei 2019

Tjerk Suurenbroek, Business Development Manager van de branchevereniging voor de Nederlandse Toeleveranciers in de Olie- en Gasindustrie en Offshore Renewable Industrie (IRO), is er duidelijk over: ‘We staan voor een ongelooflijk lastige opgave, en zullen de komende jaren tegen onze eigen grenzen aanlopen.’

Claudia Langendoen

‘Als ons land te rigoureus landen de rug toekeert die nog geen grote stappen op het gebied van energietransitie hebben gezet, zetten we onszelf buitenspel’, steekt Tjerk Suurenbroek van IRO van wal. Hij heeft recht van spreken, als business-development-manager in de offshore-sector, waar de focus voor een belangrijk deel ligt op vormen van offshore-energie, zoals windparken op zee. En wat hij ziet, stemt niet louter hoopvol.

De energietransitie gaat veel geld kosten. Niet elk land heeft dat. Hoe gaan we dat oplossen?

‘Door te onderkennen dat we het energieprobleem morgen niet opgelost hebben, maar door wél tegelijkertijd veranderingen in gang te zetten. En door goed te kijken naar welke gaten we wanneer in de energievoorziening met nieuwe minder milieubelastende energiebronnen moeten gaan opvullen. Hiertoe moeten maatregelen worden gedefinieerd. Offshore-wind, waarmee onze achterban – goed voor ruim 400 bedrijven – zich al jarenlang bezighoudt, gaat namelijk lang niet alles oplossen.’

 

Wat wel?

‘Een mix van energiebronnen. Maar dan moet wel bepaald worden waar tijd en energie ingestopt gaan worden. Daartoe moet de Nederlandse overheid de regie pakken. En moet vanuit Nederland veel meer worden ondernomen om andere landen te helpen bij het opzetten van een eigen duurzame energiehuishouding, waarbij zij hiervoor bijvoorbeeld inkomsten uit olie- en gasvoorraden kunnen aanwenden. Nederland heeft heel veel kennis opgebouwd en kan andere landen volop faciliteren. Die wil is er, maar dan moet vanuit Buitenlandse Zaken, aan landen die nog vooral zijn aangewezen op olie en gas, wel het signaal worden afgegeven dat wij de helpende hand kunnen toesteken. En moet niet juist de handen van dat soorten landen worden afgetrokken. Dan zet je jezelf als Nederland buitenspel.’

Hoe bedoelt u?
‘Je speelt andere landen dan in de kaart. Reken maar dat je dan buiten beeld raakt en ook niet meer wordt gevraagd om aan te schuiven als er uiteindelijk wordt gesproken over duurzame maatregelen.’

Oftewel: we moeten minder zwart-witdenken?
In de offshore-wereld draait nu vrijwel álles om de energievoorziening. Waar wij daarbij als branchevereniging tegenaan lopen, is dat in Nederland veel dingen worden geroepen die ver van de realiteit staan en verkeerde verwachtingen wekken. Dat verbaast me. Neem de kreet: ‘Morgen van het gas af’. Dat kan helemaal niet. Nu niet, maar ook de komende tien tot vijftien jaar niet. Daarvoor zijn er nog niet voldoende alternatieven.’

 
Gaan we het redden met elkaar?
‘We staan voor een ongelooflijk lastige opgave en zullen komende jaren tegen onze eigen grenzen aanlopen. Vandaar dat die regie zo hard nodig is. We moeten nú zaken in gang gaan zetten, anders is het straks te laat. Vaak zeggen mensen: de overgang naar duurzame energie gaat niet snel genoeg. Hoezo niet snel genoeg? Ten eerste kan het niet sneller, zo blijkt uit de cijfers. En ten tweede hebben we nog niet eens een plan!’