De gerestaureerde kleine Katerveersluis uit 1819 met zicht op het buitenhoofd van de sluis. (foto VOC-Mondeo)

Al in de middeleeuwen verlangde Zwolle vurig naar een scheepvaartverbinding met de Gelderse IJssel. De concurrerende steden Deventer en Kampen waren daar faliekant tegen en zij konden dit eeuwen lang verhinderen.

Jos Hubens, ambassadeur De Binnenvaart.

Pas in de negentiende eeuw zag de situatie er anders uit. Zwolle speelde inmiddels een belangrijke rol in het transitoverkeer over water met Amsterdam. Door het ontbreken van een waterverbinding tussen Zwolle en de IJssel waren de schippers gedwongen de lastige vaarroute over de Zuiderzee te nemen. In 1908 verleende koning Lodewijk Napoleon Zwolle toestemming om het kanaal aan te leggen.
Het graafwerk was al gevorderd tot de Spoolderberg toen ons land een jaar later werd ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Napoleon trok de verleende rijkssubsidie in en daarmee stopte de bouw van het kanaal. Na het vertrek van de Fransen diende Zwolle, op initiatief van baron Van Dedem (naar wie later de Dedemsvaart is genoemd), een verzoek in bij koning Willem I. Die gaf zijn toestemming, zodat het graafwerk in 1818, onder verantwoordelijkheid van ingenieur Cornelis van de Meer, kon worden voorgezet. De naam van het kanaal kon dan ook geen verrassing meer zijn. De Willemsvaart werd in het begin ook wel de Waterweg van Zwolle naar zee genoemd.

Opening
Op 24 augustus 1819, de verjaardag van koning Willem I, was het dan eindelijk zover. Onder enorme belangstelling werd de Willemsvaart officieel geopend door de gouverneur van Overijssel, baron Berend Hendrik Bentinck tot Buckhorst. Hij voer begeleid door autoriteiten van stad en gewest met het Koninklijke jacht, de Boreas, als eerste door de Katerveersluis. Gevolgd door twee beurtschepen en daarna verscheidene zwaar beladen turfschepen. De 2300 meter lange Willemsvaart was een druk bevaren route.

Kleine sluis
De oudste en kleinste Katerveersluis is een ovaalvormige kolk met houten steigers. De afmetingen: doorvaartbreedte 5,80 meter en de lengte van de schutkolk is 82 meter. Over het binnenhoofd is in 1873 een enkele gietijzeren ophaalbrug aangelegd, terwijl over het buitenhoofd een smalle voetgangersbrug van ijzer en hout ligt.
Het eerste herstel van de kleine sluis is volgens Rijkswaterstaat uitgevoerd in 1880. Bij de reparatie in 1932 was van de in 1880 aangebrachte vloeren en drempels niet veel meer over, een situatie die mede veroorzaakt zal zijn door de toenemende scheepvaart op de Willemsvaart. In 1934 waren dat al 34.603 schepen met een totaal laadvermogen van 3.315.000 ton. Het hout van de vloeren is bij dit herstel vervangen door gewapend beton. En de nieuwe sluisdeuren zijn op het sluisterrein pasklaar gemaakt en gecreosoteerd.


Grote sluis

De toename van de scheepvaart en dan vooral van de grotere schepen maakte een nieuwe, grote sluis noodzakelijk. In 1871 is daarop de Grote Katerveersluis aangelegd. Ook de Willemsvaart is korter tijd daarna in 1873 aanmerkelijk verbreed en verdiept. De afmetingen van de Grote Katerveersluis: doorvaarbreedte 12 meter en lengte 100 meter. De grote sluis is een komvormige structuur met afgeronde hoeken. Over het binnenhoofd ligt een dubbele gietijzeren ophaalbrug. De sluis heeft precies honderd jaar gefunctioneerd. In 1974 verzocht het waterschap Salland om de sluis te mogen afdammen. In 1976 verleende de Rijksdienst voor monumentenzorg toestemming de sluis af te dammen.

Restauratie
Eind jaren tachtig is besloten de kleine sluis als schutsluis te behouden en de grote sluis op een andere manier te gebruiken, namelijk als spuisluis. Het duurde tot 1990 voordat een restauratie mogelijk bleek. Bij de restauratie is in het buitenhoofd van de grote sluis een gemaal geplaatst. Tussen de kleine en de grote sluis ligt in de Willemsvaart het deurendok, een soort rails waar de sluisdeuren voor herstel aan gehangen kunnen worden. Daarna worden ze weer in het water gegleden en naar hun plek geduwd. Het sluiswachtershuisje uit circa 1950 is een bewaard gebleven object en maakt deel uit van het sluizencomplex.

Zwolle-IJsselkanaal

Na de Tweede Wereldoorlog werd besloten tot de aanleg van het Zwolle-IJsselkanaal. De bouw van de nieuwe Spooldersluis in 1964, in het nieuwe kanaal betekende het einde van de Willemsvaart want die verloor haar oorspronkelijke functie als binnenvaart waterweg.