COLUMN

Caroline Nagtegaal-van Doorn
Na een eerdere carrière bij onder andere het Havenbedrijf Rotterdam en Schiphol werd Caroline Nagtegaal-van Doorn in 2017 Europarlementariër. In het Europees Parlement is ze onder andere specialist in de transportsector namens de VVD.

Afscheid

De Europese verkiezingen betekenden voor mij het einde van mijn tijd in het Europees Parlement. De afgelopen zesenhalf jaar heb ik als Europarlementariër keihard gewerkt voor een sterke Europese transportsector. Voor alles wat vaart, vliegt en rijdt – voor jullie. Tijd voor een terugblik.

Het waren dynamische en roerige jaren in de politiek en voor bedrijven in Nederland en Europa. De COVID-19-pandemie en de Poetins invasie in Oekraïne hebben de wereldwijde economie en handel ontwricht, en de Nederlandse maritieme sector was geen uitzondering. Lockdowns, verstoringen in toeleveringsketens en hoge energie- en transportkosten leidden tijdelijk tot een flinke afname van de vraag naar transportdiensten en logistieke problemen in havens.

In deze turbulente jaren bleef de sector een cruciale rol in de logistieke keten spelen en hield de sector onze economie draaiende. Tegelijkertijd kwam er een pak nieuwe wet- en regelgeving bij. Nieuwe regels die tot doel hebben om in 2030 55 procent minder uit te stoten. En hieruit voortvloeiend het Fit for 55-pakket met maatregelen om die 55 procent emissiereductie te realiseren.
Eén van die maatregelen is de Verordening alternatieve brandstoffeninfrastructuur, waarin ik me als medeonderhandelaar heb hardgemaakt voor de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in Europese zee- en binnenhavens, zoals walstroom en LNG-stations. Daarnaast heb ik in de Europese Energiebelastingrichtlijn ingezet op een gelijk speelveld voor duurzame energiebronnen en een Europese belastinguitzondering voor walstroom. Beide met als doel het ondersteunen van de transitie naar duurzamere brandstoffen in de scheepvaart. Wat mij betreft zijn dit onmisbare bouwstenen die ons dichterbij een schonere en toekomstbestendige maritieme sector brengen in Europa.

Dit heb ik uiteraard niet in mijn eentje gedaan. De afgelopen jaren heb ik met veel mensen uit de sector gesproken en input opgehaald over al deze en andere uitdagingen. Ik sprak met eigenaren van familiebedrijven, bemanningsleden, vertegenwoordigers van grote reders, betrokkenen bij de ontwikkeling van autonome scheepvaart, producenten van motoren, onderhoudsbedrijven en vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties. Daar wil ik jullie via deze weg dan ook voor bedanken. Voor de goede gesprekken, maar ook voor jullie input via e-mail, bij werkbezoeken en events, en via comments op mijn social mediaberichten.
Wat mij tijdens deze gesprekken het meeste opviel was de hands-on mentaliteit die in deze sector enorm is. Ook is er een heel sterk besef dat de transitie onvermijdelijk is. Men wil eraan bijdragen, maar kán het soms niet, bijvoorbeeld omdat de kosten simpelweg te hoog zijn of de regels te complex. Daarom vind ik dat Brussel de komende jaren haar rol moet pakken als facilitator, als de maritieme compagnon die zij aan zij staat met jullie in de grote verduurzamingsuitdaging waar jullie voor staan.

Want dát is waar ik geloof dat Brussel van enorme meerwaarde kan zijn, samen met die prachtige maritieme sector!